ECLI:NL:RBDHA:2023:19437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Startdatum eigen bijdrage Wmo 2015 en vergoeding schade wegens redelijke termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de verweerder inzake de vaststelling van de ingangsdatum van zijn eigen bijdrage in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Verweerder baseerde de ingangsdatum op wisselende gegevens van de gemeente Leiden en stelde uiteindelijk 1 april 2021 vast als startdatum.
Eiser betoogde dat verweerder het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden door geen aanvullende informatie op te vragen bij de gemeente Leiden ondanks wisselende berichten. Ook vorderde hij vergoeding van kosten in de bezwaarfase en wettelijke rente over de eigen bijdragen van februari en maart 2021. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht afgaan op de gegevens van de gemeente en dat geen sprake was van een kennelijke fout. De vordering tot vergoeding van kosten werd afgewezen omdat het bezwaar niet tot herroeping van besluiten had geleid.
Verder verzocht eiser om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de beroepsfase 5 maanden langer duurde dan redelijk is en veroordeelde de Staat tot betaling van €500. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.