ECLI:NL:RBDHA:2023:19441
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende op 13 september 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet tijdig op deze aanvraag, ondanks een geldige ingebrekestelling van 4 april 2023. Eiseres stelde daarop op 26 oktober 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en er zijn meer dan twee weken verstreken sinds ontvangst. Daarom is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin bij overschrijding van beslistermijnen in soortgelijke zaken sprake is van een bijzonder geval en stelt een termijn van acht weken voor alsnog beslissen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-. Daarnaast veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van € 418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.