ECLI:NL:RBDHA:2023:1945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en commuun delict
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht asiel in Nederland na een veroordeling in Algerije voor hasjbezit. Hij stelde een gevangenisstraf van twintig jaar te vrezen bij terugkeer. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en het feit dat het om een commuun delict gaat.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas, mede omdat eiser geen origineel vonnis kon overleggen en zijn verklaringen niet overeenkwamen met de overgelegde kopie en landeninformatie. Ook bleek dat de straf in het vonnis slechts tien jaar betrof en niet twintig.
Verder stelde de rechtbank dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt, omdat de veroordeling niet verband houdt met een grond uit het Vluchtelingenverdrag. Het beroep op schending van artikel 3 EVRM Pro wegens detentieomstandigheden werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen reden om het onderzoek te heropenen of te schorsen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas en commuun delict.