Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 september 2023 niet-ontvankelijk is verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië. Eiser betwist deze niet-ontvankelijkverklaring en voert aan dat hij niet terug kan naar Italië vanwege problemen met zijn broer en een Italiaanse partner, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
De rechtbank heeft op 22 november 2023 de zaak behandeld en beoordeelt of de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat eiser terug kan naar Italië. De rechtbank toetst dit aan de hand van relevante jurisprudentie van het HvJEU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Italië internationale bescherming biedt conform het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer tot zeer verregaande materiële deprivatie zou leiden. De door eiser overgelegde Italiaanse circular letters en zijn persoonlijke situatie (verblijfsvergunning sinds 2017, woonruimte en werk in Rome) ondersteunen dit niet.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan binnen een week na verzending van het vonnis hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.