ECLI:NL:RBDHA:2023:19469

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
NL23.24478
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59, eerste lid, aanhef en onder a VwArt. 5.1b, eerste, derde en vierde lid Vb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking aan toezicht en voortvarendheid uitzetting

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd gerechtvaardigd door het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken of belemmeren.

Eiser betoogde dat een lichter middel volstaat omdat hij bij zijn vriendin kan verblijven, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is gezien zijn eerdere onttrekkingen aan toezicht en het grote risico op herhaling. Verweerder toonde voortvarendheid door na annulering van een vlucht direct een alternatieve vlucht naar Bolivia aan te vragen, waarover eiser een geldig paspoort bezit.

De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.24478

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B. Snoeij),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.C. Garcia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

De maatregel van bewaring
1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld en toegelicht dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op
vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2. Eiser heeft de feitelijke juistheid van de gronden niet betwist en evenmin dat deze gronden de conclusie rechtvaardigen dat een risico bestaat op onttrekking aan het toezicht en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Deze gronden kunnen – ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is [1] – de maatregel van bewaring dragen.
Lichter middel
3. Eiser heeft aangevoerd dat een lichter middel dan bewaring is aangewezen nu hij tot aan zijn uitzetting kan verblijven bij zijn vriendin in [woonplaats] , op het adres [adres] Ter nadere toelichting hiervan heeft eiser een brief overgelegd van zijn vriendin, die ook ter zitting aanwezig was. Deze beroepsgrond faalt. Verweerder heeft er in de maatregel en ter zitting terecht op gewezen dat eiser al eerder (in 2021) de kans heeft gehad om mee te werken aan zijn vertrek middels een meldplicht. Eiser heeft zich daar toen niet aan gehouden en heeft zich aan het toezicht onttrokken. Terecht rekent verweerder eiser dit zwaar aan. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen de gronden die aan de bewaringsmaatregel ten grondslag zijn gelegd, is de kans dat eiser zich weer aan het toezicht zal onttrekken aan te merken als groot. Met hetgeen eiser ter zitting heeft aangevoerd, namelijk dat zijn situatie nu anders is dan in 2021 omdat hij toen anders in het leven stond en de relatie met zijn vriendin er toen nog niet was, heeft eiser voorts niet overtuigend gesteld dat een lichter middel voor de daadwerkelijke effectuering van diens vertrek volstaat.
Voortvarend handelen en zicht op uitzetting
4. Verweerder heeft bij brief van 1 september 2023 bericht dat met eiser op 28 augustus 2023 een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden en dat op diezelfde datum – ter fine van de uitzetting van eiser – een vlucht is aangevraagd voor 6 september 2023. Ter zitting is echter gebleken dat de vlucht van 6 september 2023 niet kan doorgaan omdat deze vlucht een transit kent in Madrid en deze transit voor eiser niet akkoord is bevonden vanuit Spanje in verband met eisers criminele verleden. Direct nadat dit bekend is geworden, is een nieuwe vluchtaanvraag gestuurd naar de afdeling die verantwoordelijk is voor het regelen van en zoeken naar vluchten (VCK) voor een vlucht naar Bolivia die niet via Spanje of Frankrijk loopt. Verweerder is thans in afwachting van een reactie op deze vluchtaanvraag.
5. Gelet hierop kan – anders dan eiser meent – niet worden gezegd dat verweerder met onvoldoende voortvarendheid aan de uitzetting van eiser werkt. Van belang daarbij is dat verweerder na de annulering van de vlucht voor eiser direct nieuwe voorbereidingshandelingen heeft ontplooid ter fine van de uitzetting van eiser, bestaande uit het indienen van een nieuwe aanvraag voor een alternatieve vlucht naar Bolivia. Voorts volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling dat zicht op uitzetting naar Bolivia ontbreekt. Er is immers een geldig Boliviaans paspoort van eiser voorhanden, waarmee hij kan worden uitgezet. Bovendien is niet gebleken dat uitzetting naar Bolivia alleen maar mogelijk is via Spanje, zoals eiser ter zitting heeft gesuggereerd. Dit kan ook niet worden afgeleid uit het gegeven dat verweerder in eerste instantie heeft geprobeerd om eiser via Spanje naar Bolivia te verwijderen.
6. Gezien het voorgaande ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Met inachtneming van de ambtshalve toetsing ziet de rechtbank evenmin grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. van Marle, rechter, in aanwezigheid van
H.J. Renders, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 8 september
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.ECLI:EU:C:2022:858