ECLI:NL:RBDHA:2023:19472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken bezwaar tegen verblijfsvergunningbesluit
Verzoeker heeft bij besluit van 8 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om dit besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is. Verzoeker heeft echter geen bezwaar ingediend tegen het besluit. Dit is bevestigd door verweerder in een schrijven van 31 juli 2023.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingediend bezwaar.