ECLI:NL:RBDHA:2023:19491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring na strafrechtelijke detentie
Verweerder werd op 22 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Op 22 november 2023 werd deze maatregel opgeheven vanwege een strafrechtelijke detentie die verweerder nog moest ondergaan. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel tot 21 november 2023 en concludeerde dat deze rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode tussen 21 en 22 november 2023. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld omdat het strafrechtelijke vonnis al eerder bekend had moeten zijn.
Verweerder stelde dat hij pas op 22 november 2023 kennis kreeg van het vonnis en direct de bewaring opheefde. De rechtbank vond geen aanleiding om aan deze stelling te twijfelen en verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding. Er was geen sprake van onrechtmatigheid in de te toetsen periode.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.