ECLI:NL:RBDHA:2023:19519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herberekening vaartoelage tijdens verlof bij Koninklijke Marechaussee
Eiser, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee op een kustwachtvaartuig, ontving geen vaartoelage over verlofuren van 11 tot en met 30 juli 2022. Na bezwaar kende verweerder alsnog een nabetaling toe, gebaseerd op een gemiddeld bedrag van de afgelopen twaalf maanden. Eiser betwistte deze berekeningswijze en stelde dat de gemiste vaardiensten volledig vergoed moeten worden, omdat de vaartoelage een intrinsiek onderdeel van het loon is.
De rechtbank oordeelt dat de vaartoelage inderdaad een structureel en intrinsiek inkomensbestanddeel is en dat de wijze van berekening door verweerder onvoldoende gemotiveerd is. Het gebruik van een gemiddeld bedrag op basis van loonstroken waarin geen vaartoelage tijdens verlof was verwerkt, is niet representatief. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt een nieuwe berekening, waarbij rekening wordt gehouden met uitbetaalde vaartoelagen tijdens verlof.
Daarnaast wijst de rechtbank het standpunt van verweerder af dat volledige vergoeding misbruik zou kunnen veroorzaken, omdat de vaardiensten structureel en frequent zijn. Verweerder moet ook bezien hoe de vaartoelage in de toekomst wordt uitbetaald. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en verweerder moet de vaartoelage opnieuw berekenen en uitbetalen.