Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:19527

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 november 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
C/09/656416 / JE RK 23-2223
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens verslavingsproblematiek moeder

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig meisje, geboren in 2022, vanwege zorgen over het psychisch functioneren van de moeder en haar problematische partnerkeuze. De moeder is verslaafd geraakt aan cocaïne en heeft tijdens de zwangerschap middelen gebruikt, wat heeft geleid tot een instabiele opvoedingssituatie met meerdere verblijfplaatsen voor het kind. De grootouders moederszijde zorgen inmiddels al langere tijd volledig voor het kind.

De moeder heeft recent een intensief afkicktraject afgerond, maar haar situatie blijft fragiel en kwetsbaar. Zij zal een vervolgbehandeling volgen en is gemotiveerd om de zorg voor het kind weer op zich te nemen. De kinderrechter acht het noodzakelijk om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te handhaven om de stabiliteit en veiligheid van het kind te waarborgen, waarbij terugplaatsing bij de moeder wordt beoogd zodra haar situatie voldoende stabiel is.

De moeder stemt in met het verzoek en licht toe dat zij in december 2023 een intensief behandeltraject bij PsyQ start en vanaf januari 2024 samen met het kind in een Ouder en kindhuis zal verblijven om haar opvoedingsvaardigheden te versterken. De grootvader ondersteunt het verzoek en benadrukt de goede ontwikkeling van het kind bij de grootouders.

De kinderrechter concludeert dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan en wijst het verzoek toe. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt van 23 november 2023 tot 23 november 2024.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/656416 / JE RK 23-2223
Datum uitspraak: 23 november 2023
Beschikking van de kinderrechter tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Raad voor de Kinderbeschermingte Den Haag,
hierna te noemen de Raad,
over
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2022 in [plaats01] ,
hierna te noemen [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats01] ,
[naam03] ,hierna te noemen de grootmoeder,
wonende in [woonplaats01] ,
[naam04] ,
hierna te noemen de grootvader,
wonende in [woonplaats01] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 november 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 november 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de grootvader;
- mevrouw [naam05] van de Raad;
- [naam06] en [naam07] namens de gecertificeerde instelling.
De grootmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de grootmoeder wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam01] .
2.2.
[naam01] verblijft bij de grootouders moederszijde.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam01] voor de duur van een jaar.
Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Er zijn zorgen over het persoonlijk/psychisch functioneren van de moeder en haar partnerkeuze. Verschillende ex-partners van de moeder zijn bekend met middelengebruik en de moeder is door toedoen van één van haar ex-partners verslaafd geraakt aan cocaïne. Ook tijdens de zwangerschap van [naam01] heeft de moeder middelen gebruikt. Door haar problematiek was de moeder niet altijd beschikbaar voor [naam01] , waardoor zij in haar korte leven meerdere verblijfplaatsen heeft gekend. De grootouders moederszijde zorgen inmiddels al langere tijd volledig voor [naam01] . Gelet op hun leeftijd kan [naam01] niet voor altijd bij de grootouders blijven wonen. Om zo veel mogelijk bij [naam01] te kunnen zijn, verblijft de moeder meerdere dagen per week bij de grootouders. Het is positief dat de moeder recentelijk op eigen initiatief een intensief afkick-traject in [plaats A] heeft gevolgd. Dit is echter nog maar recentelijk afgerond, waardoor de situatie van de moeder nog altijd fragiel en kwetsbaar is. Het is van belang dat de moeder haar huidige stabiliteit doorvoert in haar dagelijks leven en haar abstinentie volhoudt. Hiervoor dient zij haar behandeling voort te zetten. Het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling is nodig, omdat de moeder in het verleden meerdere keren heeft deelgenomen aan hulpverleningstrajecten, maar verschillende keren is teruggevallen in haar middelengebruik. De komende maanden gaat de moeder een intensief behandeltraject volgen. Hierdoor is zij op dit moment onvoldoende in staat om [naam01] een opvoedingsomgeving te bieden met de benodigde veiligheid en structuur. Gelet op het bovenstaande is een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De Raad benadrukt dat het de bedoeling is dat [naam01] wordt teruggeplaatst bij de moeder wanneer dat mogelijk is. Indien de situatie van de moeder binnen de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing voldoende stabiel is, is het niet vereist deze volledig te effectueren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder stemt in met het verzoek. Ter zitting heeft zij naar voren gebracht dat zij wil voorkomen dat [naam01] wordt belast met problematiek waar de moeder zelf mee kampt. Direct na de bevalling is de moeder met [naam01] bij de grootouders ingetrokken, waardoor zij altijd een stabiele situatie heeft gehad. Op de momenten dat de moeder een terugval had, ging zij tijdelijk het huis uit. Op dit moment verblijft de moeder vier dagen bij de grootouders en de andere drie dagen in haar eigen woning. Deze drie dagen voor haarzelf heeft de moeder nog nodig, zodat zij aan haar persoonlijke problematiek kan werken. In december 2023 gaat de moeder een intensief behandeltraject volgen bij PsyQ. Vervolgens is het de bedoeling dat zij samen met [naam01] in januari 2023 vijf tot zes maanden lang naar een Ouder en kindhuis gaat, zodat de moeder leert om [naam01] weer op de voorgrond te zetten. Dit zal beperkt worden tot vier dagen per week, zodat [naam01] de andere drie dagen de rust en structuur behoudt die bij de grootouders wordt geboden. De moeder gaat zich de komende periode inzetten om weer de zorg voor [naam01] op zich te kunnen nemen en haar een veilige opvoedingsomgeving te bieden.
4.2.
De grootvader staat achter het verzoek. [naam01] is een vrolijk en lief meisje dat zich goed ontwikkelt.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [naam01] . Deze is gelegen in het feit dat de moeder kampt met haar eigen problematiek en zij [naam01] daardoor op dit moment niet de benodigde stabiliteit en veiligheid kan bieden. De moeder kampt met een verslaving en is meerdere keren teruggevallen in haar middelengebruik. De afgelopen periode heeft de moeder een hulpverleningstraject voor haar middelengebruik in [plaats A] positief afgerond. Het betreft echter een recente positieve ontwikkeling, waardoor de situatie van de moeder op dit moment nog fragiel en kwetsbaar is. Het is van belang dat de moeder zich blijft onthouden van middelen en haar positieve ontwikkeling doorzet in haar dagelijks leven. Hiervoor dient zij de behandeling voor haar problematiek voort te zetten, zodat haar situatie verder stabiliseert en bestendiger wordt. Door haar persoonlijke problematiek is de moeder verminderd beschikbaar voor [naam01] en heeft zij haar niet een stabiele opvoedingsomgeving kunnen bieden. [naam01] heeft daardoor op verschillende plekken gewoond. Inmiddels woont [naam01] al langere tijd volledig bij de grootouders en ontwikkelt zij zich daar goed. De moeder neemt op dit moment gedurende verschillende perioden substantieel de zorg voor [naam01] op zich bij de grootouders. In december 2023 gaat de moeder starten met een intensief traject bij PsyQ waarbij zij per dag acht uur lang exposuretherapie zal volgen. De moeder kan daardoor (tijdelijk) niet zo veel bij [naam01] zijn als ze nu is. Daarnaast is de moeder voornemens om vanaf januari 2024 met [naam01] ongeveer een half jaar lang in een Ouder en kindhuis te wonen, zodat zij leert om de verantwoordelijkheid voor de zorg van [naam01] op zich te nemen. Het is positief dat de moeder gemotiveerd is voor de benodigde hulpverlening en zich wil inzetten om de zorg voor [naam01] op een verantwoorde manier op zich te nemen. Nu de moeder in het verleden meerdere keren de hulpverlening heeft gestaakt en is teruggevallen in oude gedragspatronen, acht de kinderrechter het kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat de stabiele plaatsing van [naam01] bij de grootouders moet continueren, zo lang de moeder nog niet in staat is de volledige zorg voor [naam01] op zich te nemen. Daarbij is het de bedoeling dat [naam01] bij de moeder wordt teruggeplaatst wanneer haar situatie voldoende stabiel wordt geacht en zij [naam01] een veilige opvoedingsomgeving kan bieden.
De kinderrechter wijst het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing toe voor een netwerkplaatsing bij de grootouders moederszijde. Indien er aanleiding is voor een plaatsing elders, dan is een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing vereist.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [naam01] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 23 november 2023 tot 23 november 2024;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg, te weten bij de grootouders moederszijde, met ingang van 23 november 2023 tot 23 november 2024;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2023 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.B.M.A. Roozen als griffier.
De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 11 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.