Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf. De minister had zijn aanvraag op 23 februari 2023 afgewezen en bleef bij deze afwijzing na bezwaar op 14 juli 2023.
De rechtbank oordeelt dat de minister de hoorplicht heeft geschonden door eiser niet te horen in bezwaar, terwijl eiser nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd die een hoorzitting rechtvaardigden. Eiser had op die hoorzitting zijn sociale en economische binding met Vietnam kunnen toelichten, evenals de situatie van zijn moeder en dochters.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen na een correcte hoorzitting. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten en de griffierechten van eiser. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.