Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende persoon, werd op 26 november 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde hij beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft de maatregel op 1 december 2023 opgeheven, waardoor de rechtbank zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden. Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat hij een verblijfadres bij zijn partner had.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring feitelijk juist en voldoende waren toegelicht en dat het risico op onttrekking daarmee was gegeven. Het contactverbod tussen eiser en zijn partner maakte verblijf bij haar geen reëel alternatief. Ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig was.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.