ECLI:NL:RBDHA:2023:19557
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tijdelijke bescherming
Verzoeker had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris dat zijn recht op tijdelijke bescherming zou eindigen per 4 september 2023. Dit verzoek werd gedaan nadat verzoeker bezwaar had gemaakt tegen de vermeende beëindiging van zijn verblijfsrecht. De staatssecretaris stelde dat de beslissing van 29 augustus 2023 geen besluit in de zin van de Awb was, omdat deze niet op rechtsgevolg was gericht.
De voorzieningenrechter stelde partijen in de gelegenheid om een zitting aan te vragen, maar er werd niet gereageerd, waarna het onderzoek werd gesloten. Verzoeker trok vervolgens het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenveroordeling tegen de staatssecretaris. De staatssecretaris reageerde niet op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening, indien niet ingetrokken, zou zijn afgewezen omdat het bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn verklaard. Er was immers geen sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro, waardoor geen rechtsmiddelen openstonden. Om die reden wees de voorzieningenrechter ook het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.