ECLI:NL:RBDHA:2023:19558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 december 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
NL23.37922
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 64 VwVreemdelingenwet 2000ECLI:EU:C:2022:858ECLI:NL:RVS:2023:2829
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard

Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, is geconfronteerd met een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat een lichter middel toegepast moest worden vanwege zijn medische en psychische klachten en zijn asielaanvraag.

De rechtbank oordeelt dat de gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende zijn toegelicht. Verweerder heeft gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend is om het risico op onttrekking te voorkomen, mede gezien het eerdere onttrekken aan toezicht door eiser en zijn illegale verblijf.

De persoonlijke en medische omstandigheden van eiser zijn meegewogen, waarbij is vastgesteld dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij. Het feit dat ambtshalve medisch onderzoek zal plaatsvinden in het kader van de asielprocedure leidt niet tot een andere beoordeling.

De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.37922

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Surinaamse nationaliteit te hebben.
Lichter middel
2. Eiser stelt dat verweerder een lichter middel moet toepassen. Hij zal zich gedurende de asielprocedure beschikbaar houden. Eiser vreest voor de gevolgen bij terugkeer naar Suriname. Ook wijst eiser erop dat hij inmiddels een asielaanvraag heeft ingediend, waardoor ambtshalve medisch onderzoek zal plaatsvinden in het kader van artikel 64 van Pro de Vw. Hij heeft daartoe medische informatie van de arts in het detentiecentrum overgelegd. Eiser stelt dat hij psychische klachten heeft en suïcidaal is. Ook heeft hij maag- en darmklachten.
3. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd in beroep niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.
4. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is om het onttrekkingsrisico te ondervangen. Daarbij is van belang dat eiser zich, nadat hem een terugkeerbesluit is opgelegd op 25 november 2022, ook aan het toezicht heeft onttrokken en hij zich tijdens zijn illegale verblijf in Nederland niet meer heeft gemeld bij de autoriteiten. Verder heeft verweerder eisers persoonlijke en medische omstandigheden voldoende meegewogen en terecht geconcludeerd dat niet is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onevenredig bezwarend maken. Eiser heeft in het detentiecentrum toegang tot medische zorg, maakt daarvan gebruik en er mag van uit worden gegaan dat deze gelijk is aan de zorg in de vrije maatschappij. Dat er in het kader van zijn asielprocedure ambtshalve medisch onderzoek zal plaatsvinden maakt niet dat verweerder een lichter middel dient toe te passen of dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Voor zover eiser vreest voor de gevolgen bij terugkeer naar Suriname, geldt dat hij dit in het kader van zijn asielprocedure moet aanvoeren.
Ambtshalve toets [2]
5. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van de opheffing daarvan op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding
afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858