Uitspraak
Rechtbank den haag
eiser,
bijgestaan door mr. S. van Buuren, advocaat te ‘s-Gravendeel,
gedaagde,
1.De procedure
2.Het verschoningsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
J.C. Sluymer en M. Nijenhuis, in tegenwoordigheid van de griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Den Haag verzocht zich te mogen verschonen omdat een familielid werkzaam is bij een instantie waarvan het handelen in de hoofdprocedure mede ter beoordeling ligt. Het verzoek is ingediend op 30 mei 2023 en niet ter zitting behandeld, aangezien dat bij een verschoningsverzoek niet verplicht is.
De rechtbank overweegt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden zoals een familierelatie met een betrokken instantie aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor partijdigheid of de schijn daarvan. Gezien de aangevoerde omstandigheden acht de rechtbank het verzoek terecht.
De verschoningskamer wijst het verzoek toe en bepaalt dat de hoofdzaak door een andere rechter zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek. Tevens wordt bepaald dat een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de rechter en alle betrokken partijen. De beslissing is genomen in raadkamer op 31 mei 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen en de hoofdzaak wordt door een andere rechter voortgezet.