ECLI:NL:RBDHA:2023:19611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buitenlandbijdrage Zvw op AOW-pensioen wegens onjuiste verblijfsmotivering
Eiseres, woonachtig in de Verenigde Staten, kreeg vanaf juni 2021 een inhouding van de buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) op haar AOW-pensioen opgelegd door het Centraal Administratiekantoor. Dit besluit werd in februari 2023 bevestigd na bezwaar. Eiseres stelde dat zij niet het gehele jaar 2021 in het Verenigd Koninkrijk verbleef, maar slechts een maand aan het begin en vier maanden later dat jaar, en dat zij ook in de VS verzekerd was voor ziektekosten.
De rechtbank stelde vast dat het Centraal Administratiekantoor eiseres op basis van gegevens van de Sociale Verzekeringsbank en de National Health Service Business Services Authority als verdragsgerechtigd per 28 december 2020 had aangemerkt vanwege een verhuizing naar het Verenigd Koninkrijk. Echter, uit de Basisregistratie Personen en mededelingen van de SVB bleek dat eiseres per 1 augustus 2021 was teruggekeerd naar de Verenigde Staten, waardoor de motivering dat zij het hele jaar in het VK verbleef onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit daarom vernietigd moest worden. Overige gronden van eiseres, zoals het ontbreken van keuzerecht omtrent de verzekering en de hoogte van de buitenlandbijdrage ten opzichte van haar AOW, werden verworpen op basis van vaste rechtspraak en de berekeningsgrondslag van de buitenlandbijdrage. Verweerder moet het griffierecht aan eiseres vergoeden. De uitspraak werd op 30 november 2023 gedaan door rechter Overdijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot inhouding van de buitenlandbijdrage wordt vernietigd.