De rechtbank Den Haag heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een verdachte geboren in 1990 in Roemenië, die gedetineerd is in Alphen aan den Rijn. De zaak betrof medeplegen van oplichting en witwassen, waarbij verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Procesafspraken tussen de officier van justitie en de verdediging, vastgelegd in een overeenkomst van 2 oktober 2023, leidden tot een gezamenlijk voorstel voor straf- en ontnemingsafdoening. De verdachte zag af van verweren en onderzoekswensen en erkende de feiten. De ontnemingsvordering werd vastgesteld op €46.080, waarbij het bedrag reeds onder conservatoir beslag lag.
De rechtbank baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de bewijsmiddelen uit de strafzaak, waarbij rekening werd gehouden met terugbetalingen aan drie slachtoffers. De betalingsverplichting werd opgelegd aan de verdachte, met de mogelijkheid dat betaling door een andere veroordeelde de verplichting vermindert. De gijzeling werd vastgesteld op nul dagen omdat het bedrag reeds was afgestaan en beslagen.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van mr. G.H.M. Smelt en is een verkort vonnis op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De verdachte en officier van justitie hebben geen hoger beroep ingesteld.