Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
28 augustus 2021 is beëindigd.
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam als kapper voor 5,98 uur per week, ontving een Ziektewetuitkering die per 28 augustus 2021 werd beëindigd na een eerstejaars beoordeling. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), waarna arbeidsdeskundigen passende functies selecteerden waarin eiser meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.
Eiser voerde aan dat hij ongeschikt was voor bepaalde functies vanwege gebrek aan technische opleiding en lichamelijke beperkingen zoals zitten, staan en gebogen werken. De rechtbank oordeelde dat de functies qua opleidingsniveau en ervaring toegankelijk zijn en dat de fysieke belasting binnen de grenzen van de FML blijft.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigde de geschiktheid van de functies, en de rechtbank vond geen reden om hieraan te twijfelen. De Ziektewetuitkering is daarom terecht beëindigd en het beroep van eiser is ongegrond verklaard.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en vond de motivering van de arbeidsdeskundige voldoende adequaat. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.