ECLI:NL:RBDHA:2023:19769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 26 september 2023 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte als meerderjarig werd aangemerkt en dat de leeftijdsregistratie in Kroatië onjuist is. Daarnaast stelde hij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege slechte behandeling in Kroatië. De rechtbank overwoog dat de leeftijdschouw en het onderzoek van de IND en AVIM voldoende gronden boden voor twijfel aan de opgegeven leeftijd, en dat verweerder terecht uitging van de geboortedatum geregistreerd in Kroatië. Het door eiser overgelegde document was onvoldoende bewijs.
Ten aanzien van de behandeling in Kroatië stelde eiser dat hij mishandeld was en dat Kroatië niet reageerde op het claimverzoek. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn. De enkele verklaringen van eiser waren onvoldoende onderbouwd en er was geen bewijs van structurele tekortkomingen die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. Ook het fictieve claimakkoord leidt tot de verplichting Kroatië de aanvraag te laten behandelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.