ECLI:NL:RBDHA:2023:19775
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toegewezen machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot de aanvraag uiteindelijk toe te wijzen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. De staatssecretaris erkende de verplichting tot vergoeding van proceskosten tot een bedrag van € 418,50.
Op grond van artikel 8:54 Awb Pro en de toepasselijke proceskostenregels veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoeker.