ECLI:NL:RBDHA:2023:19848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas over erfenisconflict
Eiser, een Guinese staatsburger geboren in 2002, diende op 18 januari 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege conflicten over de erfenis van zijn overleden vader en mishandeling door familieleden van zijn stiefmoeder moest vluchten. Na aanvullende gehooren op 8 en 27 december 2022 wees de staatssecretaris zijn aanvraag af en legde een terugkeerbesluit op.
De rechtbank behandelde het beroep op 5 december 2023. Eiser voerde aan dat de problemen met zijn stiefmoeder en haar broers geloofwaardig waren en bestreed de door verweerder aangevoerde tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. De rechtbank oordeelde echter dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege diverse tegenstrijdigheden in verklaringen over het aantal gesprekken met zijn vader over de erfenis, zijn verblijf na mishandeling, en de wijze waarop hij ontdekte dat de bezittingen waren verkocht.
De rechtbank verwierp het betoog dat het referentiekader van eiser onvoldoende was betrokken, omdat de verklaringen inconsistent bleven en eiser niet aannemelijk had gemaakt waarom zijn referentiekader de tegenstrijdigheden verklaarde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig asielrelaas.