ECLI:NL:RBDHA:2023:19850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering vrees terugkeer
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, diende op 11 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 25 april 2023 af en legde een terugkeerbesluit op. Eiser stelde dat hij gevaar loopt bij terugkeer vanwege familieconflicten over een erfenis, waarbij hij vreest voor zijn leven en geen effectieve bescherming van de autoriteiten kan verwachten.
De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de vrees van eiser niet heeft beoordeeld, wat volgens de rechtbank onjuist is. De familieconflicten zijn geloofwaardig en kunnen leiden tot gevaar voor eiser. Echter, de rechtbank oordeelde ook dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij geen bescherming van de Gambiaanse autoriteiten kan krijgen en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt wegens gebrek aan bewijs van het familieleven in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.