ECLI:NL:RBDHA:2023:19856
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag (Dublin-procedure).
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 21 november 2023 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Na de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan waarbij het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. De voorzieningenrechter motiveerde dat vanwege de reeds gegeven uitspraak in de hoofdzaak een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.