Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf, ingediend op 15 juni 2023. De staatssecretaris heeft de aanvraag uiteindelijk op 23 november 2023 ingewilligd en het inreisverbod opgeheven. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en daarmee geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank de staatssecretaris bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €418,50, en het betaalde griffierecht van €184. De wegingsfactor 'licht' is toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 december 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.