ECLI:NL:RBDHA:2023:19899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 15 mei 2023 een besluit had moeten zijn genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De rechtbank motiveert de langere beslistermijn vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier A.S. Hamans en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.