ECLI:NL:RBDHA:2023:19919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na intrekking verblijfsprocedures
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tijdens de zitting was eiser niet aanwezig en verscheen zijn gemachtigde zonder voorafgaand bericht niet. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na behandeling van het beroep heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser een verklaring heeft ondertekend waarin hij instemt met het beëindigen van alle openstaande verblijfsprocedures.
De rechtbank oordeelt dat hierdoor het procesbelang van eiser is komen te vervallen, aangezien hij geen prijs meer stelt op de door hem verzochte bescherming in Nederland. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wijst erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van verblijfsprocedures door eiser.