ECLI:NL:RBDHA:2023:19932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd oorspronkelijk opgelegd op 2 juli 2023 en is eerder door de rechtbank getoetst bij uitspraken van 18 juli en 6 oktober 2023.
Eiser betoogt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitvoering van de maatregel, onder meer omdat het verslag van een vertrekgesprek ontbreekt en omdat hij een geldige verblijfsvergunning van een andere lidstaat bezit, wat een hogere mate van voortvarendheid zou vereisen. De staatssecretaris heeft echter meerdere vertrekgesprekken gevoerd en herhaaldelijk contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten voor een laissez-passer.
De rechtbank stelt vast dat het ontbreken van het verslag van het vertrekgesprek slordig is, maar niet voldoende om de voortvarendheid van de staatssecretaris in twijfel te trekken. De voortgangsrapportage toont aan dat de staatssecretaris actief heeft gehandeld en dat de maatregel rechtmatig is voortgezet sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 29 september 2023.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en dat er geen grond is voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.