ECLI:NL:RBDHA:2023:19950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op tijdelijke bescherming voor ontheemde uit Oekraïne bevestigd
De rechtbank Den Haag heeft op 15 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn recht op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Dit recht was verleend op basis van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 vanwege de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne.
De rechtbank overwoog dat reeds in een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 was vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. Tevens werd geoordeeld dat deze beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat geen individueel gehoor vereist is.
Eiser stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat hij gelijk behandeld zou worden als de verplichte groep ontheemden, maar de rechtbank vond dat eiser geen concrete toezeggingen kon aantonen die een dergelijke verwachting rechtvaardigen. Het asielgerelateerde betoog van eiser dat terugkeer naar het land van herkomst problematisch zou zijn, werd niet in deze procedure beoordeeld maar verwezen naar de lopende asielprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.