ECLI:NL:RBDHA:2023:19970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit nareis en oplegging bestuurlijke dwangsom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe op grond van de financiële situatie van eiseres en haar referent. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd.
Gezien de stand van het onderzoek bepaalt de rechtbank een nadere beslistermijn van zestien weken waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van zestien weken op met bestuurlijke dwangsom.