Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Inleiding; aard van de zaak
4.De bewijsbeslissing
speekselop de onderkant van de postzegel.
efeiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door een brief aan omwonenden op [adres 2] de [adres 3] te sturen, waarin onder meer vermeld staat dat er moorden zijn gepleegd in [slachtoffer 1] en dat de directie daar niets aan doet en dat bewoners niet goed worden verzorgd, althans woorden van gelijke aard of strekking, terwijl verdachte wist dat deze ten laste gelegde feiten in strijd met de waarheid
waren;
zichwederrechtelijk heeft toegeëigend.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
.Hiermee wijkt de rechtbank af van het standpunt van de officier van justitie, die juist heeft verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Dit heeft ermee te maken dat de rechtbank het in dit geval niet wenselijk acht om de verdachte en de benadeelde partij voor een invorderingsprocedure met elkaar in contact te brengen. Ook de omstandigheid dat de benadeelde partij een stichting betreft, is geen aanleiding om geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
9.Het toepasselijke wetsartikel
10.De beslissing
geen straf of maatregelwordt opgelegd;