ECLI:NL:RBDHA:2023:20074
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg bij besluit van 29 augustus 2023 medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 eindigt op 4 september 2023. Tevens werd hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten en terug te keren naar India. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Bij brief van 6 september 2023 werd het bevriezen van de gevolgen van het bestreden besluit aan verzoeker medegedeeld. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 november 2023. Tijdens de zitting waren beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden. De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan over het samenhangende beroep en dit ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen nieuwe omstandigheden waren die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en geen andere omstandigheden voor een voorziening zijn gebleken.