Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd op 19 juni 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Verweerder heeft op 27 november 2023 de maatregel opgeheven, waarna de rechtbank het onderzoek zonder zitting sloot.
De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring sinds 2 november 2023 tot aan de opheffing rechtmatig was. Hoewel het beroepschrift op 30 november 2023 werd ingediend en het vooronderzoek volgens artikel 96 Vw Pro uiterlijk op 7 november 2023 had moeten sluiten, werd dit op 8 november 2023 gedaan, wat een overschrijding van de termijn betekent. Deze vertraging was echter aan de rechtbank toe te rekenen en leidde niet tot schending van de belangen van eiser, mede omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn volgde.
Eiser stelde dat de duur van de bewaring onredelijk lang was, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was omdat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting, wat de langere duur verklaart. Het verzoek om de minuut van opheffing te verkrijgen werd afgewezen omdat dit niet op de zaak betrekking had. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.