Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
[naam politieke partij 1]([naam politieke partij 1]). Eiser heeft verklaard dat er tijdens een door hem georganiseerde manifestatie van deze partij een incident heeft plaatsgevonden tussen de [naam politieke partij 1] en de rivaliserende politieke partij
[naam politieke partij 2], waarbij verschillende doden en gewonden zijn gevallen. Eiser vreest dat hij daarvoor in Nigeria zwaar zal worden gestraft vanwege verkiezingsgeweld. Daarnaast heeft eiser verklaard dat de mensensmokkelaar die hem naar Europa heeft vervoerd hem met de dood heeft bedreigd.
S. en A. tegen Nederland). In dat arrest is namelijk geoordeeld dat voor het aannemen van een politieke overtuiging geen bepaalde mate van diepgeworteldheid vereist mag worden. Ter zitting heeft verweerder primair het standpunt ingenomen dat het bestreden besluit in stand kan blijven omdat dit aspect niet wordt bestreden en subsidiair dat het beroep gegrond moet worden verklaard met instandlating van de rechtsgevolgen.
Bahaddar tegen Nederlandkan met deze vaststelling echter niet worden volstaan. Beoordeeld moet worden of bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden nopen tot de conclusie dat het effectueren van het bestreden besluit onmiskenbaar leidt tot behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Als daarvan sprake is, moet niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven. In dat kader oordeelt de rechtbank nog als volgt.