ECLI:NL:RBDHA:2023:2018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde asielafwijzing
Verzoekers, een echtpaar en hun minderjarige kinderen, hebben asiel aangevraagd. Op 8 december 2022 zijn hun aanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen hebben zij beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 februari 2023 behandeld tijdens een zitting te Breda. De verzoekers en de verweerder waren vertegenwoordigd door gemachtigden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, mede omdat op dezelfde dag in aanverwante zaken reeds een inhoudelijke uitspraak op het beroep is gedaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.