ECLI:NL:RBDHA:2023:20186
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek bevestigd.
De rechtbank toetst nu uitsluitend het voortduren van de maatregel sinds dat moment. Verweerder heeft tijdig kennis gegeven van het voortduren en een voortgangsrapportage overgelegd waaruit blijkt dat de uitzettingsprocedure actief wordt voorbereid en dat eiser zich verzet tegen uitzetting. Er zijn nog steeds gronden om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en dat geen lichtere maatregel passend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.