ECLI:NL:RBDHA:2023:2022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verlenging verblijfsvergunning na intrekking en toetsing artikel 8 EVRM
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, had een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel 'familie en gezin' die in 2020 met terugwerkende kracht werd ingetrokken na een scheiding. Eiser had eerder bezwaar gemaakt tegen de intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard, en ook hoger beroep werd afgewezen. In 2021 diende eiser een aanvraag in tot verlenging van de verblijfsvergunning.
De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiser niet meer voldeed aan de voorwaarden en de vergunning was ingetrokken. Tevens werd beoordeeld dat er geen strijd was met artikel 8 EVRM Pro of het Chavez-Vilchez-arrest. Eiser stelde dat hij gehoord had moeten worden en dat de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro en Chavez-Vilchez ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking definitief was en dat de staatssecretaris terecht had beoordeeld dat de verlenging niet mogelijk was. De eerdere procedure had al een volledige toetsing aan artikel 8 EVRM Pro en het Chavez-Vilchez-arrest omvat. Eiser had geen nieuwe feiten aangevoerd en was al gehoord in de intrekkingsprocedure. Daarom was een nieuw gehoor niet vereist. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.