ECLI:NL:RBDHA:2023:2023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-in- behandelingneming asielaanvraag wegens Dublinverordening Litouwen
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser voerde aan dat Litouwen tekortschiet in de bescherming van zijn rechten, onder meer door detentie, mishandeling en gebrek aan rechtsbijstand, en vreesde indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Litouwen zijn verdragsverplichtingen nakomt. De door eiser aangevoerde rapporten en buitenlandse jurisprudentie boden onvoldoende aanknopingspunten om dit vertrouwen te doorbreken. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser en zijn vermeende afhankelijkheid van zijn in Nederland verblijvende zoon waren onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen door Nederland en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.