ECLI:NL:RBDHA:2023:20242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging schoonmaakster EUPOL uit Afghanistan naar Nederland
Eiseres, een schoonmaakster die tussen 2007 en 2016 voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL) werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met haar gezinsleden. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat zij niet voldeed aan de criteria uit de Kamerbrief van 11 oktober 2021, die overbrenging toestaat voor personen die ten minste een jaar substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse EUPOL-functionaris verrichtten in een publieke functie.
Eiseres stelde dat zij wel aan deze criteria voldeed en dat het beleid onduidelijk en onzorgvuldig was toegepast. Zij voerde aan dat de Kamerbrief niet officieel was gepubliceerd en dat het beleid niet in overeenstemming was met het Raadsbesluit van de Europese Unie. Ook stelde zij dat de hoorplicht was geschonden en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had aangetoond dat zij ten minste een jaar voor een Nederlandse EUPOL-functionaris had gewerkt en dat haar functie als schoonmaakster niet als publiek zichtbaar werd aangemerkt. De rechtbank bevestigde dat het beleid begunstigend en buitenwettelijk is, met ruime beleidsvrijheid voor de minister. De rechtbank vond dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en voldoende gemotiveerd, en dat de hoorplicht niet was geschonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor verweerder niet hoeft over te gaan tot overbrenging van eiseres en haar gezinsleden naar Nederland. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot overbrenging wordt ongegrond verklaard.