ECLI:NL:RBDHA:2023:20273

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
NL23.20296
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs van dreiging militaire dienst Algerije

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een asielzoeker uit Algerije tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het geschil betrof uitsluitend de vraag of de eiser problemen zou ondervinden vanwege het niet opvolgen van een oproep om terug te keren in militaire dienst in Algerije.

Tijdens de zitting bleek dat de eiser onvoldoende stukken had overgelegd die zijn vrees konden onderbouwen, ondanks dat hij verklaarde over oproepen en uitnodigingen van de militaire rechtbank te beschikken. De rechtbank vond het gebrek aan overgelegde stukken onaanvaardbaar, temeer daar de eiser al lang genoeg in Nederland verbleef.

De eiser kon niet overtuigend uitleggen waarom hij te vrezen had voor gevolgen van het niet opvolgen van de oproep. Zijn verklaring over de wijze van oproepen in Algerije was inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Verweerder verwees terecht naar landinformatie waaruit blijkt dat de bereidheid tot militaire dienst groter is dan het aantal beschikbare plaatsen.

De rechtbank concludeerde dat het relaas van de eiser terecht ongeloofwaardig werd geacht en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van dreiging militaire dienst.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20296
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.J. van de Kamp).

Procesverloop

In het besluit van 14 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 14 december 2023 op een zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. S.A.M. Fikken als kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Ter zitting is gebleken dat het alleen nog maar gaat over de vraag of eiser problemen heeft te duchten omdat hij geen gevolg heeft gegeven aan de oproep om terug te komen in militaire dienst. De tijdens het nader gehoor gestelde problemen vanwege illegale transporten van tweedehands kleding worden niet meer wordt gehandhaafd.
2. Van eiser mocht verwacht worden dat hij stukken had overgelegd. Eiser heeft verklaard over de oproeping voor militaire dienst en ook over de uitnodiging van de militaire rechtbank. Er is geen aanvaardbare verklaring voor gegeven dat die niet zijn overgelegd. Bij de zienswijze is nog verzocht om uitstel. Eiser is inmiddels lang genoeg in Nederland.
3. Nu eiser deze stukken niet heeft overgelegd, ligt het op zijn weg om een helder en gedetailleerd verhaal te vertellen. Eiser heeft echter niet overtuigend uitgelegd waarom hij te vrezen zou hebben vanwege het niet opvolgen van de oproep. Eiser heeft niet uitgelegd waarom hij jarenlang na zijn eerdere militaire dienst nog opnieuw zou worden opgeroepen. Verweerder heeft terecht verwezen naar landinformatie [1] waaruit blijkt dat de bereidheid voor militaire dienst in Algerije groter is dan het aantal plaatsen in het leger. Ter zitting is naar voren gebracht dat eiser niet kon worden verweten dat hij geen specifieke data kon geven. Verweerder heeft daar echter terecht van gezegd dat het niet gaat om exacte data, maar om jaartallen. Eiser heeft niet consistent verklaard. Zijn verklaring dat het op deze manier gaat in zijn land, is onvoldoende.
4. De conclusie is dat verweerder eisers relaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Landinfo, ‘Norwegian COI-centra, Query response Algeria: Conscription’, 31 mei 2018.