ECLI:NL:RBDHA:2023:20273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs van dreiging militaire dienst Algerije
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een asielzoeker uit Algerije tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het geschil betrof uitsluitend de vraag of de eiser problemen zou ondervinden vanwege het niet opvolgen van een oproep om terug te keren in militaire dienst in Algerije.
Tijdens de zitting bleek dat de eiser onvoldoende stukken had overgelegd die zijn vrees konden onderbouwen, ondanks dat hij verklaarde over oproepen en uitnodigingen van de militaire rechtbank te beschikken. De rechtbank vond het gebrek aan overgelegde stukken onaanvaardbaar, temeer daar de eiser al lang genoeg in Nederland verbleef.
De eiser kon niet overtuigend uitleggen waarom hij te vrezen had voor gevolgen van het niet opvolgen van de oproep. Zijn verklaring over de wijze van oproepen in Algerije was inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Verweerder verwees terecht naar landinformatie waaruit blijkt dat de bereidheid tot militaire dienst groter is dan het aantal beschikbare plaatsen.
De rechtbank concludeerde dat het relaas van de eiser terecht ongeloofwaardig werd geacht en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van dreiging militaire dienst.