Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met de bodemzaak (zaaknummer NL23.31701).
Gezien de uitspraak in de bodemzaak is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Wel wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.