ECLI:NL:RBDHA:2023:20311
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening inzake homoseksuele geaardheid en asielaanvraag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, diende een tweede asielaanvraag in Nederland in met het argument dat hij homoseksueel is en vreest voor zijn veiligheid in Marokko. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en handhaafde een eerder opgelegd terugkeerbesluit en inreisverbod.
De rechtbank oordeelt dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn homoseksuele geaardheid, zonder voldoende inzicht te geven in zijn gevoelens en gedachten. Ondanks meerdere ondervragingen bleef zijn relaas onvoldoende concreet en overtuigend. De rechtbank volgt de staatssecretaris in de beoordeling dat Marokko als veilig land van herkomst geldt en dat eiser geen persoonlijke onveiligheid aannemelijk heeft gemaakt.
Eisers beroep dat de beoordelingsrichtlijn (WI 2019/17) niet passend zou zijn voor zijn situatie wordt verworpen. Ook het argument dat van hem geen uitgebreide kennis over LHBTI-positie mag worden verwacht, wordt door de rechtbank niet gevolgd. De rechtbank concludeert dat de asielaanvraag terecht is afgewezen en dat het verzoek om voorlopige voorziening geen grond heeft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.