ECLI:NL:RBDHA:2023:20321
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken gezinsleven
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, heeft sinds 2006 in Nederland verbleven en meerdere aanvragen voor verblijf gedaan, waaronder op medische gronden en later een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege een hechte vriendschap met een referent die zij als broers beschouwen.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf beschikt en er geen sprake is van een familie- of gezinsleven tussen eiser en referent. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat de relatie niet voldoet aan de criteria van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat alleen referent de benodigde zorg kan verlenen en dat er sprake is van een exclusieve, persoonlijke band die verder gaat dan emotionele steun. Ook de belangenafweging door verweerder is zorgvuldig en evenredig uitgevoerd.
Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is het opgelegde inreisverbod van twee jaar gehandhaafd omdat eiser niet vrijwillig aan het terugkeerbesluit heeft voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.