ECLI:NL:RBDHA:2023:20376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming voor facultatieve groep ontheemden uit Oekraïne
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 26 oktober 2023, waarbij zijn recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, werd beëindigd per 4 september 2023.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek tot voorlopige voorziening op 10 november 2023 behandeld. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen, conform eerdere uitspraak van 30 oktober 2023. De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder betwisting van de bevoegdheid, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de Richtlijn en het Uitvoeringsbesluit ruimte bieden aan lidstaten om tijdelijke bescherming te beëindigen en dat de implementatie in Nederland niet onjuist is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat eiser geen concrete toezegging heeft ontvangen. Het evenredigheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat het doel van het besluit – het verminderen van druk op opvangcapaciteit en tegengaan van misbruik – adequaat is gemotiveerd.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.