ECLI:NL:RBDHA:2023:20429
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, een vreemdeling van Eritrese nationaliteit, werd op 31 oktober 2023 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zij verplicht werd te verblijven in de Gezinslocatie Emmen. Dit besluit werd genomen omdat eiseres niet aan haar verplichting had voldaan om Nederland uit eigen beweging te verlaten, geen vaste verblijfplaats had en onvoldoende middelen beschikte. Tevens was er geen alternatieve opvangmogelijkheid voor haar en haar minderjarige zoon.
Eiseres voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was en dat de staatssecretaris haar asielaanvraag alsnog inhoudelijk moest beoordelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Zij stelde dat terugkeer naar Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege extreme ontberingen en gebrek aan medische zorg. Ook betwistte zij de strafbaarstelling op grond van artikel 108 Vw Pro 2000.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de maatregel terecht had opgelegd en voldoende had gemotiveerd dat het belang van de openbare orde dit vereiste. De gronden van eiseres met betrekking tot de asielprocedure en omstandigheden in Italië waren niet relevant voor de rechtmatigheid van de vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank benadrukte dat de plaatsing in de VBL noodzakelijk was om toezicht te houden op het vertrek en als enige opvangmogelijkheid. De strafbaarstelling werd eveneens als rechtmatig beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de vrijheidsbeperkende maatregel.