ECLI:NL:RBDHA:2023:20436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders volgens EU-richtlijn bevestigd
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een derdelander van Marokkaanse nationaliteit, tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beoordeeld waarbij zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. De tijdelijke bescherming was verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Eiser voerde aan dat hij sinds 25 mei 2023 een uitzendovereenkomst heeft en een relatie, en dat hij hierover gehoord had moeten worden. Tevens verwees hij naar een arrest van het Hof van Justitie (Chakroun). De rechtbank oordeelde echter dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven, maar hiervan geen gebruik had gemaakt. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat het besluit zorgvuldig was voorbereid.
De rechtbank wees erop dat eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291) deze bevoegdheid bevestigde en dat de gronden van eiser niet tot een ander oordeel leiden. Voor zover eiser meent dat hem op andere gronden een verblijfsrecht toekomt, dient hij daarvoor een aparte aanvraag in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.