ECLI:NL:RBDHA:2023:20436

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
NL23.26526
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Boerlage - van den Bosch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders volgens EU-richtlijn bevestigd

De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een derdelander van Marokkaanse nationaliteit, tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beoordeeld waarbij zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. De tijdelijke bescherming was verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.

Eiser voerde aan dat hij sinds 25 mei 2023 een uitzendovereenkomst heeft en een relatie, en dat hij hierover gehoord had moeten worden. Tevens verwees hij naar een arrest van het Hof van Justitie (Chakroun). De rechtbank oordeelde echter dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven, maar hiervan geen gebruik had gemaakt. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat het besluit zorgvuldig was voorbereid.

De rechtbank wees erop dat eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291) deze bevoegdheid bevestigde en dat de gronden van eiser niet tot een ander oordeel leiden. Voor zover eiser meent dat hem op andere gronden een verblijfsrecht toekomt, dient hij daarvoor een aparte aanvraag in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26526

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 18 augustus 2023 waarbij verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Op 30 juni 2023 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Op 1 juni 2023 is de asielaanvraag buiten behandeling gesteld. Verder is het bestreden besluit genomen, waartegen het beroep zich richt.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 november 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting heeft deelgenomen: de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Bij uitspraak van 30 oktober 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder bevoegd was de tijdelijke bescherming voor de groep die is aangeduid als facultatieve groep te beëindigen. Er is geen aanleiding gezien prejudiciële vragen te stellen (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291). Wat eiser daartegen in deze zaak heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
4. In beroep is aangevoerd dat eiser een uitzendovereenkomst heeft vanaf 25 mei 2023 en ook een relatie en dat hij hierover gehoord had moeten worden. Verder is gewezen op het arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 2010, ECLI:EU:C:2010:117 (Chakroun).
4.1.
Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het (voorgenomen) besluit, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Onder verwijzing naar de hiervoor onder 3. genoemde uitspraak (rechtsoverweging 7.2.) is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen afzien van een individueel gehoor. De rechtbank is daarom van oordeel dat het besluit niet onzorgvuldig is voorbereid.
4.2.
De rechtbank ziet in hetgeen namens eiser in de gronden van beroep naar voren is gebracht verder geen grond voor het oordeel dat verweerder geen gebruik kon maken van de bevoegdheid de tijdelijke bescherming te beëindigen. Voor zover eiser meent dat hem op andere gronden een verblijfsrecht toekomt dient hij een daartoe strekkende aanvraag in te dienen.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. U ziet deze datum hierboven.