ECLI:NL:RBDHA:2023:20442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders niet onrechtmatig verklaard
De rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2023 het beroep van een derdelander van Nigeriaanse nationaliteit tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid behandeld. De staatssecretaris had op 29 augustus 2023 besloten de tijdelijke bescherming van eiser te beëindigen per 4 september 2023, conform Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Eiser voerde aan dat het besluit onrechtmatig was en dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel was geschonden. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin al was geoordeeld dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen en dat dit niet in strijd is met rechtszekerheid of vertrouwensbeginsel. Eisers argumenten boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank stelde vast dat de vertrektermijn van 28 dagen door de staatssecretaris was bevroren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er een gerechtvaardigd juridisch onderscheid bestaat tussen verschillende groepen ontheemden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gepubliceerd en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.