ECLI:NL:RBDHA:2023:20446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders niet onrechtmatig verklaard
De rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een derdelander van Nigeriaanse nationaliteit, beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023.
Eiser voerde onder meer aan dat de beëindiging onrechtmatig was vanwege schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin reeds was geoordeeld dat de staatssecretaris bevoegd was de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen zonder individueel gehoor, en dat de procedure zorgvuldig was verlopen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de beëindiging deugdelijk had gemotiveerd, onder meer met verwijzing naar misbruik door derdelanders en opvangproblematiek in Nederland. De belangenafweging was proportioneel, ook gelet op het doel van de Richtlijn 2001/55/EG om tijdelijke bescherming te bieden en terugkeer te bevorderen. Het feit dat eiser in Nederland werkt en bepaalde voordelen verliest, rechtvaardigt geen ander oordeel. De verslechterde veiligheidssituatie in het land van herkomst is niet aan de orde in deze procedure maar kan in een asielprocedure worden ingebracht.
Het verzoek om aanhouding van de procedure tot uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een soortgelijke zaak werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.