ECLI:NL:RBDHA:2023:20450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders niet onrechtmatig verklaard
Eiser, een derdelander van Zimbabwaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd geoordeeld dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen zonder individueel gehoor en zonder strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Eisers argumenten leidden niet tot een ander oordeel. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde, aangezien de bescherming tijdelijk is en beëindiging noodzakelijk is om opvangcapaciteit te behouden en misbruik tegen te gaan.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser geen recht heeft op bescherming als gezinslid van zijn Oekraïense partner, omdat er geen duurzame relatie bestond voor het uitbreken van het conflict. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat eiser zijn asielaanvraag had ingetrokken en daarmee afzag van een ambtshalve toetsing.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens omdat er een gerechtvaardigd juridisch onderscheid bestaat tussen de verschillende groepen ontheemden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.