ECLI:NL:RBDHA:2023:20452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders niet onrechtmatig
Eiser betwist het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank bevestigt de bevoegdheid van verweerder om de tijdelijke bescherming te beëindigen en oordeelt dat het besluit niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een gezinslid is van iemand die na 4 september 2023 tijdelijke bescherming krijgt, noch dat hij een duurzame relatie met zijn Oekraïense vriendin had vóór het uitbreken van het conflict.
De rechtbank overweegt dat het doel van de tijdelijke bescherming is om het asielstelsel te beschermen tegen een massale toestroom en dat de beëindiging van de facultatieve bescherming noodzakelijk en proportioneel is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro faalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.