ECLI:NL:RBDHA:2023:2051
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bescherming en verblijfsvergunning asielzoeker uit Colombia
Eiser, afkomstig uit Colombia, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de paramilitaire groepering Los Rastrojos en zijn biseksuele gerichtheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat bescherming door Colombiaanse autoriteiten mogelijk is en dat eiser niet voldoende risico loopt vanwege zijn seksuele gerichtheid.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zijn standpunt over de bescherming door de Colombiaanse autoriteiten onvoldoende heeft onderbouwd, omdat deze zich slechts baseerde op een oud rapport uit 2016 en recente informatie van eiser niet heeft betrokken. Ook is het ambtsbericht van maart 2023 niet in overweging genomen vanwege procesrechtelijke bezwaren.
De rechtbank stelt vast dat de positie van LHBTI in Colombia niet zodanig is dat iedere LHBTI een reëel risico loopt op geweld en discriminatie, en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij individueel een reëel risico loopt. Verder is de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro door de staatssecretaris zorgvuldig gemaakt.
De rechtbank geeft de staatssecretaris vier weken de tijd om het gebrek in de motivering te herstellen en stelt eiser in de gelegenheid daarop te reageren. Totdat dit is gebeurd, worden verdere beslissingen aangehouden. De uitspraak is een tussenuitspraak in de bestuursrechtelijke procedure over de asielaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat bescherming door Colombiaanse autoriteiten mogelijk is en geeft hem gelegenheid dit te herstellen.