ECLI:NL:RBDHA:2023:20551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak op zitting behandeld en beoordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, zoals zijn kwetsbare positie en vrees voor geweld in Duitsland, een uitzondering rechtvaardigen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt mocht stellen dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen. De vrees van eiser voor geweld is niet onderbouwd en hij kan zich tot de Duitse autoriteiten wenden. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en humanitaire redenen faalt, omdat eiser geen bewijs leverde van een trauma of specialistische behandeling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.S.W. Kroon en griffier F. Metz.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.